Opstart testbak 1.0

Na een avond beraadslaging, experiment en verwondering zijn we tot de volgende inzichten gekomen:

DSC_2367Dit is de bak waarmee we de komende maanden zullen werken. We houden het op ‘testbak 1′, want wie weet maken we nog een grotere. Met deze gemodificeerde bak hebben we een mooie 90 centimeter om mee te werken. Dat volstaat voorlopig.

Op de achtergrond zie je trouwens een gemodificeerd aquarium dat nu dienst doet als insectarium. Een goeie week geleden werd het insectarium opgestart met een dikke laag Nietzsche’s special soil mix en een tiental regenwormen. Ondertussen zijn ook de miljoenpoten verhuisd naar dit comfortabele onderkomen. Zeer binnenkort worden er ook enkele uitverkoren huisjesslakken ondergebracht.

De regenwormen doen het goed en graven gangetjes zoals dat hoort. Wie meer wil weten over het doen en laten van regenwormen kan dit interessant document (pdf) eens lezen. Tot pagina 16 vind je zowat alle algemene informatie over regenwormen. Wie toevallig meer wil weten over bodemerosie mag ook verder lezen.

Tijdens één van onze brainstormsessies overviel ons de volgende vraag: waar houdt een hooiwagen zich eigenlijk mee bezig? En meteen daarop volgend: heeft een hooiwagen potentieel in ons ecosysteem? Deze pagina op de website van Natuurpunt beantwoordt al heel wat vragen. Hooiwagens zijn interessant omdat ze zowat alles eten. Later meer over hooiwagens in de praktijk dus.

Hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Met dit motto in het achterhoofd dachten we ook meteen aan onze kreeftachtige vrienden; landpissebedden. Deze diertjes bewerken net als miljoenpoten de grond en ze vermalen dierlijk en plantaardig materiaal. Ze kweken goed, wat nog eens benadrukt dat we nog een geschikte predator moeten zoeken. Mooi pluspunt: pissebedden hebben kieuwen aan de evolutie overgehouden. Een vochtige bak is dus ideaal. Later meer over hooiwagens EN pissebedden dus.

DSC_2372Maar nu verder over testbak 1.0. Dankzij bovenstaand, vernuftig systeem blijft land en water gescheiden. Dat terwijl vrije waterflow tussen de drainagelaag en het watergedeelte mogelijk blijft.

DSC_2373We zagen dat het goed was, dus niet veel later viel de pientere beslissing om de bak te vullen met regenwater.

DSC_2381Het ondenkbare gebeurde: een deel van de hydrokorrel bleef drijven. Daar hadden we nog niet aan gedacht. Op zich geen probleem want het is niet de bedoeling dat 1. er hydrokorrel in het watergedeelte zit en 2. het water hoger komt dan de drainagelaag. Daarbij komt er nog een heleboel gewicht bovenop de drainagelaag. Het water werd wat troebel door stof van de hydrokorrel. De hydrokorrel vooraf spoelen is misschien een bruikbare tip voor toekomstige CES-bouwers.

In het watergedeelte komt er geen substraat. Althans niet in den beginne. Deze zomer werd, na intensieve kweek van een hele rist kleine waterorganismen in speciaal daarvoor aangepaste kweekbakken, duidelijk dat substraat uit zichzelf gevormd zal worden.

De komende maand worden de insecten onze voornaamste bezigheid, aangezien de winter voor de deur staat. Spannend!

Miljoenpoten

Afbeelding

Miljoenpoten

Een voorlopig insectarium voor de toekomstige CES-bewoners. De bak is gevuld met kattenbakvulling (gewoon calciumsilicaat), een doek en daarboven de bodem die we ook in de CES gaan gebruiken. Daarop is er flink wat bladafval gelegd. De miljoenpoten zijn gewoon in de tuin gevangen en in de bak gezet. Ze verstopten zich nog voor ik een foto kon nemen. Het is de bedoeling dat we nog voor de winter hetzelfde doen met regenwormen, slakken en eventueel andere organismen die in de CES moeten.

miljoenpoten (2)

Leesvoer #2

Voor we verder gaan met planten en dieren, eerst nog even kort over bodems en de interactie van bodems met het volledige ecosysteem.

Het belang van een goede bodem

De bodem oefent een grote invloed uit op het microklimaat. De absolute luchtvochtigheid bereikt zijn maximum aan het oppervlak van een bodem en aan het oppervlak van planten, daar gebeurt immers de evaporatie. De temperatuur wordt ook beïnvloedt door bodems: donkere bodems absorberen beter de warmte dan licht gekleurde bodems. Ook natte bodems zijn betere warmtegeleiders dan droge bodems.

Voorbeeld: graaf op een warme dag een put in de duinen (licht en droog) en je komt al snel aan koel zand.

Bodems: de basis

‘Bodem’ heeft een aantal definities, maar met bodem bedoelen wij de grondlaag van het systeem: vaste, minerale maar ook organische materie met bijbehorende gassen en vloeistoffen. Hierbij al meteen benadrukkend dat een bodem levend is, denk maar aan alle bacteriën die noodzakelijk zijn.

De opname van water en mineralen door planten is afhankelijk van de eigenschappen van je bodem. Uit de aardrijkskundelessen van vroeger weten we nog allemaal dat bijvoorbeeld doorlatendheid van de bodem een grote rol speelt bij de beschikbaarheid van water voor de plant.

Een andere eigenschap is de zuurtegraad (pH). De zuurtegraad beïnvloedt de gradiënt tussen bodem en wortels, waardoor bij extremen sommige mineralen moeilijk op te nemen zijn door de plant. Bij een lage pH worden aluminiumdeeltjes vrijgegeven in de bodem. Die deeltjes binden gemakkelijk met andere nutriënten die dan niet meer beschikbaar zijn voor de plant. Voor veel planten is aluminium ook giftig.

Door de speciale textuur van onze bodem hopen we dat de beschikbare watercapaciteit hoog ligt, terwijl de bodem ook excessief gedraineerd wordt. Dat is niet evident.

De levende bodem

De grootte van de poriën in de bodem is van belang voor de vochtigheid en gasuitwisseling, maar ook voor de levensruimte. Levensruimte voor de talrijke organismen die er zich thuis voelen. Onder andere bacteriën, eencellige algen, protozoa, rotifera en nematoden bezetten de bodem.

Tot nu toe hebben we het vooral gehad over de interactie tussen bodems en planten. Om de kringloop te sluiten hebben we ook een paar spelers uit het dierenrijk nodig. Veel CES-bouwers zetten regenwormen in hun ecosysteem. Dat is niet toevallig: regenwormen zijn uitstekende bodembewerkers. Ze maken de bodem luchtig en bemesten tegelijk. Miljoenpoten zijn ook handig in een ecosysteem. Ze zorgen voor de mechanische afbraak van afgevallen bladeren, in het bijzonder daar waar de decompositie door schimmels al begonnen is. De miljoenpoten leven vooral van die schimmels, aangezien ze zelf geen cellulose kunnen afbreken. De mechanische afbraak helpt de afbraak door andere schimmels en bacteriën wel vooruit. Slakken leven net als miljoenpoten van dood organisch materiaal. Zij kunnen wel cellulose afbreken.

Met regenwormen, miljoenpoten en slakken heb je dus al de belangrijkste spelers voor een mooi ecosysteem. Pissebedden en duizendpoten zijn ook een mooie additie. De vraag is hoe ver we kunnen gaan, met spinnen en kevers bijvoorbeeld. Maar hoe meer soorten, hoe meer kans dat het uit de hand loopt.

We vertrekken dus van een dode bodem, en door enkele sleutelorganismen toe te voegen is het de bedoeling dat de bodem evolueert naar een vruchtbare bodem vol leven.