Leesvoer #2

Voor we verder gaan met planten en dieren, eerst nog even kort over bodems en de interactie van bodems met het volledige ecosysteem.

Het belang van een goede bodem

De bodem oefent een grote invloed uit op het microklimaat. De absolute luchtvochtigheid bereikt zijn maximum aan het oppervlak van een bodem en aan het oppervlak van planten, daar gebeurt immers de evaporatie. De temperatuur wordt ook beïnvloedt door bodems: donkere bodems absorberen beter de warmte dan licht gekleurde bodems. Ook natte bodems zijn betere warmtegeleiders dan droge bodems.

Voorbeeld: graaf op een warme dag een put in de duinen (licht en droog) en je komt al snel aan koel zand.

Bodems: de basis

‘Bodem’ heeft een aantal definities, maar met bodem bedoelen wij de grondlaag van het systeem: vaste, minerale maar ook organische materie met bijbehorende gassen en vloeistoffen. Hierbij al meteen benadrukkend dat een bodem levend is, denk maar aan alle bacteriën die noodzakelijk zijn.

De opname van water en mineralen door planten is afhankelijk van de eigenschappen van je bodem. Uit de aardrijkskundelessen van vroeger weten we nog allemaal dat bijvoorbeeld doorlatendheid van de bodem een grote rol speelt bij de beschikbaarheid van water voor de plant.

Een andere eigenschap is de zuurtegraad (pH). De zuurtegraad beïnvloedt de gradiënt tussen bodem en wortels, waardoor bij extremen sommige mineralen moeilijk op te nemen zijn door de plant. Bij een lage pH worden aluminiumdeeltjes vrijgegeven in de bodem. Die deeltjes binden gemakkelijk met andere nutriënten die dan niet meer beschikbaar zijn voor de plant. Voor veel planten is aluminium ook giftig.

Door de speciale textuur van onze bodem hopen we dat de beschikbare watercapaciteit hoog ligt, terwijl de bodem ook excessief gedraineerd wordt. Dat is niet evident.

De levende bodem

De grootte van de poriën in de bodem is van belang voor de vochtigheid en gasuitwisseling, maar ook voor de levensruimte. Levensruimte voor de talrijke organismen die er zich thuis voelen. Onder andere bacteriën, eencellige algen, protozoa, rotifera en nematoden bezetten de bodem.

Tot nu toe hebben we het vooral gehad over de interactie tussen bodems en planten. Om de kringloop te sluiten hebben we ook een paar spelers uit het dierenrijk nodig. Veel CES-bouwers zetten regenwormen in hun ecosysteem. Dat is niet toevallig: regenwormen zijn uitstekende bodembewerkers. Ze maken de bodem luchtig en bemesten tegelijk. Miljoenpoten zijn ook handig in een ecosysteem. Ze zorgen voor de mechanische afbraak van afgevallen bladeren, in het bijzonder daar waar de decompositie door schimmels al begonnen is. De miljoenpoten leven vooral van die schimmels, aangezien ze zelf geen cellulose kunnen afbreken. De mechanische afbraak helpt de afbraak door andere schimmels en bacteriën wel vooruit. Slakken leven net als miljoenpoten van dood organisch materiaal. Zij kunnen wel cellulose afbreken.

Met regenwormen, miljoenpoten en slakken heb je dus al de belangrijkste spelers voor een mooi ecosysteem. Pissebedden en duizendpoten zijn ook een mooie additie. De vraag is hoe ver we kunnen gaan, met spinnen en kevers bijvoorbeeld. Maar hoe meer soorten, hoe meer kans dat het uit de hand loopt.

We vertrekken dus van een dode bodem, en door enkele sleutelorganismen toe te voegen is het de bedoeling dat de bodem evolueert naar een vruchtbare bodem vol leven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s