Kanjers

‘Watervlooien’, in de volksmond. Wij hebben het specifiek over de Daphnia, een merkwaardig beestje. De daphnia heeft een zeer groot aanpassingsvermogen en komt daarom zowat overal ter wereld voor in zoet water. Het is een belangrijke schakel in de voedselketen: zelf eten ze vooral algen (wat waarschijnlijk verklaart waarom onze populatie daalt: we hebben bijna geen algen) en ze worden gegeten door een groot aantal soorten. Door zijn vlotte aanpassing en korte generatietijd is hij geliefd bij ecologen. Maar ook evolutiebiologen kunnen niet weerstaan aan enkele van deze (mini-)kanjers in hun labo.

De Daphnia pulex, a beauty

De Daphnia pulex, a beauty

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Enkele merkwaardigheden:

  • Ze zijn recordhouder met 31.000 genen (vgl. mens: 23.000), waarvan een derde uniek voor watervlooien.
  • Ze hebben bijna geen junk-DNA, wat verklaart hoe al die genen in hun genoom passen.
  • Ze zijn doorzichtig, waardoor onderzoekers vb. het hart kunnen observeren.
Pootjes en hart bewegen

Pootjes en hart bewegen

  • Kan in water met een lage zuurstofconcentratie vertoeven door ineens z’n hemoglobinegehalte te doen stijgen.
  • Als verdedigingsmechanisme tegen predatoren komen er enkele stekeltjes tevoorschijn:
Verdedigingsmechanisme. Foto: Christian Laforsch, LMU Munich

Verdedigingsmechanisme. Foto: Christian Laforsch, LMU Munich

  • Dit beestje kiest, afhankelijk van de omstandigheden in het milieu, of het zich seksueel voortplant of ongeslachtelijk (via klonering). Dat laatste is meestal het geval en het zijn dan allemaal generaties vrouwelijke daphnia. Pas als de omstandigheden slechter worden, komen er mannetjes in het spel voor de seksuele voortplanting. Deze manier van voortplanten, cyclische parthenogenese, heeft z’n voordelen om te overleven. De seksuele fase zorgt voor eitjes die zeer lang meegaan in een soort van ruststadium. De eitjes kunnen tegen zware condities zoals koude en droogte. Ze kunnen ook overgewaaid worden naar andere poelen.

Dat laatste is zeer interessant voor evolutiebiologen. Een onderzoeksgroep aan de KULAK, onder leiding van biologe Ellen Decaestecker, onderzoekt de interacties tussen parasieten en hun gastheer (hier: daphnia). De co-evolutie tussen de daphnia en haar parasieten is op een geniale manier vast te stellen: door middel van de eitjes, die afgezet worden in lagen van sediment op de bodem. De eitjes gaan in een ruststadium en kunnen heel lang blijven zitten, terwijl er nog meerdere sedimentlagen worden afgezet boven de eitjes. Het leuke is dat die eitjes na lange tijd nog altijd kunnen uitkomen. Als je dus een bodemstaal neemt van een bepaalde poel, zit je met verschillende generaties daphnia die je nog kan uitbroeden. Door deze generaties te bestuderen krijg je een overzicht van de evolutie van deze soort. Dit doen ze dan ook in de KULAK, en ze doen hetzelfde met de parasieten van daphnia. Zo wordt de co-evolutie tussen deze soorten zichtbaar.

Wie meer wil weten over dit onderzoek kan de TED-talk van Ellen Decaestecker bekijken. Voor mensen met weinig tijd: vanaf 12:20. (Helaas niet in het Nederlands. Alhoewel…)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s