Update + CTS

De examens zijn gedaan. Nu dat akkefietje voorbij is hebben we even ademruimte. Heel eventjes maar, want in no-time staan we weer ons ding te doen voor onze lieftallige stageklassen. Tijdens deze verpozing zorgen we graag even voor een update:

Na een maand in het ongewisse kregen we vorige week de kans om nog eens het ecosysteem te inspecteren. Al van ver zagen we dat het ecosysteem het nieuwe jaar zonder schimmel had ingezet. Een eerste opluchting. De waternavel doet het uitzonderlijk goed en is nu de dominerende soort op land. De grassen en mossen zijn onveranderd. De bekerplant was al voor de vakantie aangevreten door één van de landslakken, die dit moest bekopen met zijn eigen leven. We vermoeden dat de slak gewoon niet op kon tegen de enzymen van de bekerplant. De vrijdag voor de vakantie waren we nog getuige van de bijzonder sterke overlevingsdrang van de andere landslak. Deze was in het water gevallen en in een recordtijd van 1 uur er terug uitgeraakt, onder onze luide aanmoediging aan de kantlijn weliswaar. Ondanks deze uitzonderlijke overlevingsdrang vonden we vorige week de verlaten schelp van deze landslak op de bodem van het watergedeelte. Ook de poelslak overleefde het kerstgebeuren niet. De twee schelpen waren al behoorlijk aangetast: geen slak meer te bespeuren en de schelp was kleurloos geworden. Dat laatste doet ons vragen stellen bij de zuurtegraad van het water.

Verder zag alles er goed uit. De bak ‘leeft’ nog en dat is goed. Grondigere vaststellingen gebeuren in de loop van volgende week.

Hevige fans van deze blog zullen ondertussen iets opgemerkt hebben. Als side-project hebben we een tijdje geleden hierboven een pagina bijgemaakt. CTS staat voor ‘critical thinking skills’. Skills die, in de ogen van toekomstige leraren wetenschappen, onontbeerlijk zijn. We verwerken dagelijks nieuwe informatie. Grote hoeveelheden, mede dankzij het internet en sociale media. Maar ‘verwerken’ we die informatie steeds zoals het hoort? Af en toe durven we al eens in de val lopen. Voorbeelden genoeg, de laatste tijd. Onlangs kwamen de kranten ook onder vuur omdat ze verhalen à la ‘mega-inktvis aangespoeld in Mexico’ delen zonder bronnen te checken. Skills om niet in de val te lopen lijken ons handig, en worden dus op de CTS pagina graag gedeeld.

Advertenties

Eerste indrukken

We hebben alvast enkele impressies van het CES voor jullie. Meer foto’s en video’s volgen, dat staat vast.

1. De groene larve van een waterjuffer beweegt voorzichtig van rechts naar links in het scherm. Daarbij krijg je een indruk van de levendige drukte in en op de bodem: daphnia, muggenlarven, haften en waterpissebedden laten zich van hun beste kant zien.

2. Onze poelslak aan het werk. Omgekeerd hangend aan het wateroppervlak eet hij van de eendenkroos. Bemerk ook de opportunistische waterpissebed die een gratis ritje op de slak krijgt. Af en toe loopt zo’n ritje wel eens fout…

dary!

Potdicht!

Potdicht!

Memorabel, dat is de juiste beschrijving van vrijdag 29 november. Vanaf deze dag kunnen we van een werkelijk gesloten ecosysteem praten. Gesloten is de bak, en dat blijft hij. Zorgvuldig hebben we het ecosysteem verzegeld met silicone, waardoor enkel nog warmte-energie en lichtenergie de verbinding met de buitenwereld vormen. Wie onze top-secret locatie kent (VIVES Campus Torhout, als je binnenkomt langs de hoofdingang meteen links en langs de sportzaal, lokaal 119) kan vanaf heden het gesloten ecosysteem, 1.6, in al zijn glorie komen bewonderen. Kronkelende creaties, kriebelende kruipers en glibberige gluiperds kan je er met alle pracht in hun eenvoud aan het werk zien. Wij zijn alvast zeer benieuwd hoe het op lange termijn uitdraait. Welke organismen overleven? Staan er ons nog verrassingen te wachten? Wie eet wie? Dat zijn maar enkele vragen die maar binnen enkele maanden beantwoord kunnen worden, wie weet enkele jaren!

CES 1.6 op haar permanente standplaats

CES 1.6 op haar permanente standplaats

Tussen 1.6 en 1.4 hoort uiteraard een 1.5, want tussenin is er nog één en ander veranderd. Het gaat hier natuurlijk over berekende perfectie, geen impulsiviteit. Zo werd er een tweede, kleinere,  ‘poel des levens’ toegevoegd aan het water. Met deze laatste aanpassing kunnen we rekenen op 3 larven van waterjuffers, een bootsmannetje, platwormen, een bloedzuiger, haften (nimf), witte muggenlarven, daphnia en waterpissebedden extra. Dat maakt het aquatische deel compleet. Voorts is er aan land een plantensoort bijgekomen die normaalgezien nogal moerasbestendig is, namelijk waternavel.

Zoals beloofd vind je onderstaande foto van de overloop die afgewerkt is met zand… In het zand zijn altijd wel insecten actief, als ware het de zandbak van het ecosysteem. Het zand vormt geen obstructie voor de waterflow tussen het aquatisch gedeelte en de drainagelaag.

Zand!

De overloop

De sarracenia, weliswaar in wintertoestand.

De sarracenia, weliswaar in wintertoestand.

De poelslak

De poelslak

Posthoornslak

Posthoornslak

Legen-

We hebben de bak een nieuwe thuis gegeven: het biologielokaal van campus RENO, de thuisbasis van al wie biologie een plaatsje in het hart geeft in West-Vlaanderen en ver daarbuiten. De verhuis van alle componenten verliep goed en zonder schade. Wegens de gemiddelde snelheid van het betreffende transport werd er de bewuste dag een piek in het fileleed vastgesteld, waarvoor onze excuses. Maar: alles voor de wetenschap.

De foto’s volgen later, s-p-annend! Wat we wel al kunnen vertellen is het volgende: het ecosysteem staat in volle glorie te blinken in het licht, komende van het noordwesten. Zo komt ze niet in volle zon te staan.

Er zijn ondertussen ook al een aantal structurele veranderingen doorgevoerd in de bak:

  • CES 1.3: eerst en vooral is het aquatisch gedeelte tot leven gekomen door het bijvullen met ‘de poel des levens’, zijnde een kleiner slootaquarium die we maanden op voorhand opbouwden. Ongekend, maar fascinerend, is de hoeveelheid en variëteit aan organismen in het water. Na menig uren staren en turen naar het ecosysteem (het beter equivalent van de televisie) identificeerden we volgende soorten: een bloedzuiger (waarschijnlijk paardenbloedzuiger) die meteen de naam ‘Anaconda’ meekreeg door zijn gracieuze voortbeweging in het water, een zwerm waterpissebedden, een larve van een waterjuffer die uiterst goed gecamoufleerd tussen de waterpest vertoeft, een poelslak van formaat met eigenaardige eetgewoontes, een uitbreidende kolonie daphnia, witte muggenlarven, een aantal nimfen van haften, … Het plantenbestand bestaat uit waterpest (zowel wilde als uit de aquariumzaak) en eendenkroos, dat een groot deel van het wateroppervlak bedekt. We merken tot grote vreugde na een week op dat het water nog steeds glashelder is. We denken dat de bacteriën in de drainagelaag hier een groot aandeel in hebben. De overloop tussen het aquatisch gedeelte en de drainagelaag onder het landgedeelte is nu bedekt met een anderhalve centimeter zuiver zand.
  • CES 1.4: wat betreft het landgedeelte is er ook wat veranderd: de plant met de paarse bloemen heeft plaats moeten ruimen voor een kleine sarracenia sp. Bij nader inzien was deze plant helemaal niet geschikt voor een vochtig milieu (er was al een klein beetje schimmelvorming). Voor de sarracenia zou het aangenaam vertoeven moeten zijn in de moerassige omgeving. We zijn ook benieuwd naar het effect van een ‘vleeseter’ in het ecosysteem. (stiekem hopen we op een paar generaties muggen, maar daar kan deze plant misschien een stokje voor steken). Voorlopig doen de carexen het nog goed. In een vrij hoekje hebben we ook wat gekweekte kiemen van varens en mos gedropt.

Tot zover de korte stand van zaken. Vandaag werken we alles af en morgen gaat hij dicht. Stay tuned!

De bak, 1.2. Big time!

DSC_2493 DSC_2488Op een mooie vrijdagavond na een vermoeiende lesweek trokken we, zoals de plaatselijke traditie het voorschrijft, naar het lokale tuincentrum. Bij de afdeling ‘vaste planten’ moesten we zijn. Eens daar kozen we, op het zicht, de stevigste planten. Planten waarvan je zou zeggen: die overleven een tsunami. Na dit selectieproces kwamen we thuis met twee plantensoorten zonder naametiket. Twee grasachtige soorten, waarschijnlijk zegge. En een ander plantje die nog bloemen draagt. In de potgrond van de zegge zaten nog wat andere plantjes die mooi meegenomen zijn, waaronder enkele kiemen van varens.

DSC_2491 DSC_2490De manier waarop we planten gekozen hebben druist misschien wat in tegen de werkwijze die we normaal hanteren, zijnde weldoordacht en uitermate gedocumenteerd. We dachten in het begin dat we gewoon vooraf zouden bedenken welke planten ideaal zijn om vervolgens de planten te halen in de doorsnee tuinzaak. Ik weet niet wat we verwachtten van ‘de doorsnee tuinzaak’, maar we zijn tot de vaststelling gekomen dat je nooit echt zult vinden wat je zoekt, zelfs in een meer-dan-doorsnee tuinzaak. Hoewel er ook schitterende kwekerijen zoals deze bestaan, is het nog een hele logistieke onderneming om aan de juiste planten te geraken.

DSC_2489Niettemin hebben we er goede hoop op dat er minstens één soort zal overleven. De spanning is te snijden!

Daarbij is de bak ook al wat soortenrijker geworden. Onze slijmerige vrienden zijn gearriveerd. De grote slak was gepland, de kleintjes zijn er op de één of andere manier zelf in gekropen.

DSC_2485 DSC_2480Tot zover is het landgedeelte bijna af. Het watergedeelte volgt binnenkort, stay tuned!

Testbak 1.1

DSC_2466 DSC_2471De fundamenten zijn er, en de eerste bewoners ook. Bovenop de Nietzsche’s special drainage mix ligt een kiemdoek (wit), met daarboven de Nietzsche’s special soil mix. De kiemdoek is goed waterdoorlatend en vormt dus geen problemen voor de drainage. Het grootste gedeelte van de bodem hebben we gerecycleerd uit het insectarium. Zo hebben we niet alleen de bodem maar ook de regenwormen overgezet.

We hebben ook al een familie pissebedden uitgezet en enkele miljoenpoten. De miljoenpoten verdwijnen in de bodem in no-time. De pissebedden laten zich nog net fotograferen.

DSC_2475Ondertussen staat het regenwater al een goeie twee weken in de bak. Vorige week hebben we het leven in het water een boost gegeven door er een heel klein beetje aquariumwater bij te doen (bacteriën!)Tussen de hydrokorrel is nu af en toe een luchtbel te vinden, wat wijst op bacteriële activiteit.

DSC_2478

Opstart testbak 1.0

Na een avond beraadslaging, experiment en verwondering zijn we tot de volgende inzichten gekomen:

DSC_2367Dit is de bak waarmee we de komende maanden zullen werken. We houden het op ‘testbak 1′, want wie weet maken we nog een grotere. Met deze gemodificeerde bak hebben we een mooie 90 centimeter om mee te werken. Dat volstaat voorlopig.

Op de achtergrond zie je trouwens een gemodificeerd aquarium dat nu dienst doet als insectarium. Een goeie week geleden werd het insectarium opgestart met een dikke laag Nietzsche’s special soil mix en een tiental regenwormen. Ondertussen zijn ook de miljoenpoten verhuisd naar dit comfortabele onderkomen. Zeer binnenkort worden er ook enkele uitverkoren huisjesslakken ondergebracht.

De regenwormen doen het goed en graven gangetjes zoals dat hoort. Wie meer wil weten over het doen en laten van regenwormen kan dit interessant document (pdf) eens lezen. Tot pagina 16 vind je zowat alle algemene informatie over regenwormen. Wie toevallig meer wil weten over bodemerosie mag ook verder lezen.

Tijdens één van onze brainstormsessies overviel ons de volgende vraag: waar houdt een hooiwagen zich eigenlijk mee bezig? En meteen daarop volgend: heeft een hooiwagen potentieel in ons ecosysteem? Deze pagina op de website van Natuurpunt beantwoordt al heel wat vragen. Hooiwagens zijn interessant omdat ze zowat alles eten. Later meer over hooiwagens in de praktijk dus.

Hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Met dit motto in het achterhoofd dachten we ook meteen aan onze kreeftachtige vrienden; landpissebedden. Deze diertjes bewerken net als miljoenpoten de grond en ze vermalen dierlijk en plantaardig materiaal. Ze kweken goed, wat nog eens benadrukt dat we nog een geschikte predator moeten zoeken. Mooi pluspunt: pissebedden hebben kieuwen aan de evolutie overgehouden. Een vochtige bak is dus ideaal. Later meer over hooiwagens EN pissebedden dus.

DSC_2372Maar nu verder over testbak 1.0. Dankzij bovenstaand, vernuftig systeem blijft land en water gescheiden. Dat terwijl vrije waterflow tussen de drainagelaag en het watergedeelte mogelijk blijft.

DSC_2373We zagen dat het goed was, dus niet veel later viel de pientere beslissing om de bak te vullen met regenwater.

DSC_2381Het ondenkbare gebeurde: een deel van de hydrokorrel bleef drijven. Daar hadden we nog niet aan gedacht. Op zich geen probleem want het is niet de bedoeling dat 1. er hydrokorrel in het watergedeelte zit en 2. het water hoger komt dan de drainagelaag. Daarbij komt er nog een heleboel gewicht bovenop de drainagelaag. Het water werd wat troebel door stof van de hydrokorrel. De hydrokorrel vooraf spoelen is misschien een bruikbare tip voor toekomstige CES-bouwers.

In het watergedeelte komt er geen substraat. Althans niet in den beginne. Deze zomer werd, na intensieve kweek van een hele rist kleine waterorganismen in speciaal daarvoor aangepaste kweekbakken, duidelijk dat substraat uit zichzelf gevormd zal worden.

De komende maand worden de insecten onze voornaamste bezigheid, aangezien de winter voor de deur staat. Spannend!